Goedenavond, bonsoir.
Het was vandaag vreselijk afzien op de fiets, maar ik had geen spijt dat ik gegaan was naar de markt in Le Cheylard. Een heel belangrijk feit was dat ik daar Pyloups trof.
Pyloups met zijn zus.
We kennen elkaar al heel lang en af en toe komen we elkaar op deze markt tegen, daar hij nu in de buurt woont. Bij iedere ontmoeting wisselen we adressen uit, maar toch kwam het er tot nu toe niet van om elkaar eens goed bij te praten. Je kunt hem het beste omschrijven als een soort oermens. Een soort Abraham in deze moderne tijd. Zijn eigenlijke naam is Pierre, maar hij heeft er Pyloups van gemaakt. Loup betekent wolf in het Frans en met dat dier voelt hij zich sterk verwant vanwege zijn fanatieke karakter.
Tussen haakjes: elke avond vliegt hier een groot insect om me heen. Het lijkt me een vliegende mier. Nu ook weer vliegt hij voortdurend rondjes. Hij lijkt me de enige, het is altijd dezelfde.
We hebben nu weer uitgewisseld en we houden het op een spoedige ontmoeting waarin meer tijd is dan op de markt, waar ik trouwens lekker aan het spelen was.
Ik kwam er echter uitgeblust aan om kwart voor tien. De fietstocht ernaartoe van 1 uur en drie kwartier stond in het teken van moeheid. Ik had veel moeite met de warmte, zo vroeg op de dag zelfs al. De heenweg bestaat uit: klimmen dalen, klimmen dalen. Toen ik helemaal in het zweet de eerste klim volbracht had tot het centrum van Saint-Basile stelde ik mezelf voor de keus om nog terug te kunnen afdalen naar huis. Maar ik wilde flink blijven en de kruistocht naar en van Le Cheylard voortzetten, intussen mezelf afvragend wat ik nou in godsnaam moest gaan doen daar in Le Cheylard, waar het spelen nog nooit een groot succes geweest is. Ik ging er alleen maar heen voor de volledigheid: alle 4 de markten in de omgeving wilde ik minstens 1 keer gedaan hebben per jaar.
Echter, toen ik aankwam in een bruisende mensenmassa ging mijn artiestenhart open en ik ben met al mijn enthousiasme mijn liedjes gaan spelen, hetgeen redelijk beloond werd ook.
Heel hartverwarmend was bijvoorbeeld een vader van drie kinderen die met zijn gezin zeker tien minuten op een afstandje mijn muziek beluisterde en na het geven van muntjes later nog een keer langskwam om mij te bedanken.
Ja, ik haalde het onderste uit de kast van mijn kunnen. Toen het twaalf uur was en de markt nog in volle gang had ik het voor gezien gehouden en was uit de warme zon gestapt waar ik inmiddels middenin stond. Boodschappen doen wilde ik ook en de winkel daar ging om half 1 dicht.
De terugtocht naar huis was nog veel zwaarder dan de heenweg. De volgorde is dan: klimmen dalen, klimmen dalen, maar dat laatste klimmen is heel steil tot aan het centrum van Saint-Basile. Ik was uitgeput toen die voorbij was en het was bij de laatste bocht pas dat ik zeker wist dat ik thuis zou halen. Ik was op het randje van niet verder kunnen.
Thuisgekomen kon ik wel wat rusten natuurlijk, maar het was gewoon te heet om lekker op adem te komen, ook in de schaduw. Nu half negen is het allemaal weer veel lekkerder. En morgen blijf ik thuis.
De eerste beklimming van de terugweg ging over een oude spoorlijn. Daar kwam ik gezellig meer fietsers tegen.
Uitspraak van de dag.
Ik spoor niet, ik fiets.
(Ooit had ik deze uitspraak op mijn fietstas geschreven)
Een mooi uitzicht ook vanaf de vele viaducten.
Nog niet ver van Le Cheylard zag ik cactussen in een tuin.
Op de achtergrond Le Cheylard.
In de buurt van Saint-Basile staat een huis waar Nederlanders wonen zo te zien.
Misschien ga ik ze een keer ontmoeten.
Voor nu wens ik eenieder een goede nachtrust.
Welterusten.
B o n n e N u i t .








Geen opmerkingen:
Een reactie posten